Koppelduikers

Indien de ondergrond minder draagkrachtig is of er bestaat een kans dat de duiker axiaal belast wordt kan de duiker in de lengterichting gekoppeld worden. Hierbij wordt minimaal op de vier hoekpunten de duiker voorgespannen of gefixeerd. De grootte van de voorspanning is afhankelijk van de te verwachten belasting. Voor de afdichting tussen de voegen wordt gebruik gemaakt van een rubberprofiel gelijk aan een standaard mof-spie duiker. In de basis onderscheiden wij 2 soorten koppelprincipes met elk hun eigen specifieke eigenschappen;

Permanent koppelen. (spankoppelduikers)

Na plaatsing van de elementen worden door de spankanalen voorspanstaal ingevoerd. Vervolgens wordt volgens een vooraf opgesteld spanprotocol de duiker nagespannen. Aansluitend worden de voorspanstrengen op lengte afgeslepen en beschermd tegen corrosie. Dit proces is voorspannen zonder aanhechting (VZA).

Semi-permanent koppelen. (schroefkoppelduikers)

Na plaatsing worden op de 4 hoekpunten GEWI-koppelstangen ingevoerd. Deze koppelstangen worden onderling verbonden tot 1 geheel en aansluitend middels opsluitmoeren op spanning gezet. Door toepassing van deze semi-permanenten koppeling zijn de elementen geborgd tegen axiale verplaatsing en is het mogelijk om de duiker op een later staduim te verkorten of te verlengen zonder dat de gehele voorspanning vervangen moet worden. Een variant op deze GEWI-staven zijn 2 tot 4 koppelplaten die op de voeg gemonteerd worden middels een schroefverbinding. Hierdoor is elke voeg gefixeerd maar kan indien gewenst de duiker ook weer ingekort of verlengd worden zonder dat de koppeling van de andere delen verloren gaat.